Voedingssupplementen

Ter voorbereiding op de Olympische Winterspelen van 2002 in Salt Lake City hebben medewerkers die nu deel uitmaken van DUCARES in samenwerking met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) voedingssupplementen van Nederlandse atleten onderzocht op aanwezigheid van dopinggeduide stoffen. In opdracht van NOC*NSF en het ministerie van VWS is een dubbel blinde bemonsteringssystematiek opgesteld en uitgevoerd. Alle bemonsterde producten zijn vervolgens onderzocht op de aanwezigheid van een breed spectrum aan dopinggeduide stoffen, waaronder diverse steroïden, efedrine en derivaten, amfetaminen, cafeïne en overige stimulantia. De uitkomsten van het onderzoek zijn gezamenlijk met het RIVM gepresenteerd in een persconferentie op 8 april 2002 en gerapporteerd. Met dit onderzoek is de basis gelegd voor een Nederlands monitoringsprogramma voor voedingssupplementen, gedragen door de sector (http://www.dopingautoriteit.nl/sporters/nzvt).

Onderstaand persbericht uit die tijd geeft kort de motivatie van dit onderzoek weer (bron: http://www2.sport.nl/boek.php3?hfdid=1326)

TNO/RIVM-nota over voedingssupplementen
Eén van de onderzoeken die aanleiding voor het Nederlands Zekerheidssysteem Voedingssupplementen Topsport (NZVT) waren, is dat van TNO en RIVM in de aanloop naar de Olympische Winter Spelen van Salt Lake City. NOC*NSF gaf er opdracht voor na de berichten over de positieve dopingtesten van de voetballers Frank de Boer en Edgar Davids.

Voor het onderzoek werden Nederlandse topsporters benaderd die zich hadden geplaatst of waren genomineerd voor de Winterspelen van 2002. Hen werd gevraagd om de door hen gebruikte voedingssupplementen voor dit onderzoek beschikbaar te stellen. Het doel van het onderzoek was om experimenteel vast te stellen of de te onderzoeken voedingssupplementen vrij waren van dopinggeduide stoffen, zodat de kans op een positieve dopingtest als gevolg van het gebruik van deze voedingssupplementen zoveel mogelijk kon worden geminimaliseerd.

Na beoordeling van de resultaten werden 15 van de 69 (22%) onderzochte producten gekarakteriseerd als ‘dopinggeduide stoffen bevattend’.